Louise Hall IT Tower

Le bâtiment est situé sur la commune de Bruxelles – Avenue Louise 480 – à proximité du Bois de La Cambre. Situé au début de l’avenue Louise, l’immeuble est considéré comme un symbole d’entrée dans la ville de Bruxelles et impose son empreinte urbanistique. Cette tour a marqué son époque et rompt avec le paysage urbain. La construction de la tour a débuté en 1968 et a été achevée en 1971. Elle a été commandée par la compagnie américaine ITT. La tour s’inscrit dans un mouvement moderniste et de style international, caractéristique des années 60-70.  L’immeuble est réalisé par Walter Bresseleers, de l’agence ELD, lui-même associé à l'Architecte Walter Gropius.

Son architecture s'inspire des plus célèbres gratte-ciel nord-américains du même mouvement conçus pendant cette époque. Avec ses espaces dégagés au rez-de-chaussée et le style de la façade en aluminium noir, elle est une des rares en Europe à s'assimiler aux principales réalisations de Ludwig Mies Van der Rohe, comme par exemple le Seagram Building. La tour comprend 25 étages et est haute de 102 mètres. Elle est composée de deux tours, l’une aveugle, technique, et l’autre de bureaux.

La tour possède son entrée sur l’avenue Louise, ce qui est une marque de prestige.

Het gebouw is gelegen in de gemeente Brussel - Louizalaan 480 - in de buurt van het Ter Kamerenbos. Gelegen aan het begin van de Louizalaan, wordt het gebouw beschouwd als een symbool van binnenkomst in de stad Brussel en legt het zijn stedenbouwkundige stempel. Deze toren heeft zijn tijdperk gemarkeerd en breekt met het stedelijk landschap. De bouw van de toren begon in 1968 en werd voltooid in 1971. Het werd gebouwd in opdracht van het Amerikaanse bedrijf ITT. De toren maakt deel uit van een modernistische beweging en internationale stijl, kenmerkend voor de jaren '60 en '70.  Het gebouw werd ontworpen door Walter Bresseleers van het bureau ELD, zelf geassocieerd met de architect Walter Gropius.

De architectuur is geïnspireerd op de beroemdste Noord-Amerikaanse wolkenkrabbers van dezelfde stroming die in deze periode zijn ontworpen. Met zijn open ruimten op de begane grond en de stijl van de zwarte aluminiumgevel is het een van de weinige in Europa die kan vergeleken worden  met de grote verwezenlijkingen van Ludwig Mies Van der Rohe, zoals het Seagram Building. De toren telt 25 verdiepingen en is 102 meter hoog. Het bestaat uit twee torens, een blinde, technische en de andere kantoortoren.

De toren heeft een ingang aan de Louizalaan, wat een teken van prestige is.

The building is located in Brussels - Avenue Louise 480 - near the Bois de La Cambre. Located at the beginning of Avenue Louise, the building is considered a symbol of entry into the city of Brussels and imposes its urbanistic imprint. This tower has marked its time and breaks with the urban landscape. The construction of the tower began in 1968 and was completed in 1971. It was commissioned by the American company ITT. The tower is part of a modernist movement and international style, characteristic of the 60s and 70s. The building was designed by Walter Bresseleers, from the ELD agency, himself associated with the architect Walter Gropius.

Its architecture is inspired by the most famous North American skyscrapers of the same movement designed during this period. With its open spaces on the ground floor and the style of the black aluminium facade, it is one of the few in Europe that can be compared to the main achievements of Ludwig Mies Van der Rohe, such as the Seagram Building. The tower has 25 floors and is 102 metres high. It consists of two towers, one blind, technical, and the other offices tower.

The tower has its entrance on Avenue Louise, which is a mark of prestige.

Le rez-de-chaussée a connu de nombreuses modifications dans son agencement, mais le principe est toujours resté le même : une ascension de quelques marches pour franchir le dénivelé ascendant (+1,5 mètre par rapport à l’avenue Louise). Aujourd’hui, l’entrée est un cube de verre, comprenant un jardin sec en son intérieur. L’entrée débouche sur un hall monumental avec une grande hauteur sous plafond (7,70 mètres de haut). L’espace d’accueil est minimaliste, comprenant un comptoir d’accueil, les salons d’attente et l’accès privé à la tour distributive.

Le projet tend à redonner de la noblesse à cet espace d’accueil. Les nouvelles interventions s’inscrivent dans la continuité historique de ce bâtiment remarquable tout en réactualisant son « vocabulaire ». Dans le but de renforcer la continuité intérieur/extérieur, tout en renforçant la qualité des espaces, les revêtements de sol en pierre sont remplacés par du granito sur mesure coulé en place. Sur l’escalier, des joints en laiton se frayent un chemin jusqu’à l’intérieur du bâtiment. La lisse supérieure du garde-corps est elle aussi en laiton. Il a été décidé de repeindre entièrement la structure du cube en verre - autrefois en acier gris - en noir, la rendant moins agressive et plus contemporaine. Un luminaire fait sur mesure par la société Black Body invite le visiteur à rentrer dans le bâtiment « comme dans un tunnel ». Le soir, il met le cube en valeur et attire le regard de par sa taille grandiose.

De begane grond heeft heel wat veranderingen ondergaan, maar het principe is altijd hetzelfde gebleven: een opgang van enkele treden om de opwaartse helling te overwinnen (+1,5 meter ten opzichte van de Louizalaan). Vandaag is de ingang een glazen kubus, met binnenin een droge tuin. De ingang leidt naar een monumentale hal met een hoog plafond (7,70 meter hoog). De ontvangstruimte is minimalistisch en bestaat uit een ontvangstbalie, wachtkamers en een privé toegang tot de distributietoren.

Het project beoogt de adel van deze ontvangstruimte te herstellen. De nieuwe ingrepen liggen in de lijn van de historische continuïteit van dit opmerkelijke gebouw, terwijl het "vocabulaire" ervan wordt geactualiseerd. Om de continuïteit tussen binnen en buiten te versterken en, tegelijk, de kwaliteit van de ruimten te verhogen, worden de stenen vloerbedekkingen vervangen door op maat gemaakt granito dat op plaats wordt gegoten. Op de trap, messing gewrichten maken hun weg in het gebouw. De bovenste rail van de leuning is ook van messing. Besloten werd de gehele glazen kubusstructuur - voorheen grijs staal - in zwart te herschilderen, waardoor zij minder agressief en meer eigentijds wordt. Een opmaat gemaakte lichtarmatuur van het bedrijf Black Body nodigt de bezoeker uit om het gebouw binnen te gaan "als in een tunnel". S'avonds zet hij de kubus in de verf en trekt hij de aandacht met zijn grandioze afmetingen.

The ground floor has undergone many changes in its layout, but the principle has always remained the same: an ascent of a few steps to overcome the upward slope (+1.5 metres compared to Avenue Louise). Today, the entrance is a glass cube, with a dry garden inside. The entrance leads to a monumental hall with a high ceiling (7.70 metres high). The reception area is minimalist, including a reception desk, waiting rooms and private access to the distributive tower.

The project aims to restore the nobility of this reception area. The new interventions are in line with the historical continuity of this remarkable building while updating its "vocabulary". In order to strengthen the interior/exterior continuity, while reinforcing the quality of the spaces, the stone floorcoverings are replaced by custom-made granito cast in place. On the staircase, brass joints make their way into the building. The top rail of the banister is also made of brass. It was decided to repaint the entire glass cube structure - formerly in grey steel - in black, making it less aggressive and more contemporary. A custom-made light fixture by the company Black Body invites the visitor to enter the building "like in a tunnel". In the evening, it highlights the cube and attracts the eye with its grandiose size.

Le sol intérieur, antérieurement revêtu d’un marbre rose, est totalement démoli pour laisser place à une nouvelle chape recouverte d’un granito sur mesure coulé en place, ponctué de manière régulière de joints en laiton. La partie supérieure sur faux plancher du hall se revêt d’un tapis couleur moutarde, pour rappeler le laiton, fil conducteur du nouveau projet.

Le desk existant est remplacé par un comptoir monolithique recouvert de ce même granito. De forme franche et rectangulaire, il accompagne, grâce aux joints en laiton, le visiteur vers les ascenseurs. Ce dernier est complété d’un mur lattis en aluminium noir, qui vient conférer une certaine intimité aux visiteurs souhaitant s’installer en bordure de l’abbaye de la Cambre. Au-dessus du desk, des suspensions Sélène viennent donner un aspect aérien et léger, tout en apportant une lumière douce de manière ponctuelle. Ces éléments occupent l’espace sans en altérer la perception.

Le plafond suspendu est entièrement peint en noir donnant visuellement un sentiment d’intimité et de chaleur. Le led existant reste, afin, toujours, de guider le visiteur.

De binnenvloer, voorheen bedekt met roze marmer, werd volledig afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe dekvloer bedekt met een op maat gemaakt granito, op plaats gegoten, regelmatig onderbroken door messing voegen. Het bovenste deel van de zaal is bekleed met een mosterdkleurig tapijt om te herinneren aan het koper, het hoofdthema van het nieuwe project.

De bestaande balie wordt vervangen door een monolithische toonbank bekleed met hetzelfde granito. De toonbank is rechthoekig en rechtlijnig van vorm, en dankzij de messing scharnieren begeleidt hij de bezoeker naar de liften. Dit wordt aangevuld met een zwarte aluminium lamellenwand, die privacy biedt aan bezoekers die aan de rand van de Ter Kamerenabdij willen zitten. Boven het bureau zorgen de Sélène ophangingen voor een luchtig en licht aspect, terwijl ze op een punctuele manier zacht licht geven. Deze elementen nemen de ruimte in beslag zonder de waarneming ervan te veranderen.

Het verlaagde plafond is volledig in zwart geschilderd, wat een visueel gevoel van intimiteit en warmte geeft. De bestaande ledverlichting blijft, nog steeds om de bezoeker te begeleiden.

The interior floor, previously covered with pink marble, was completely demolished to make way for a new screed covered with a custom-made granito cast in place, regularly punctuated with brass joints. The upper part of the hall's false floor is covered with a mustard-coloured carpet to recall the brass, the main theme of the new project.

The existing desk is replaced by a monolithic counter covered with the same granito. With its straightforward rectangular shape, it accompanies the visitor towards the elevators thanks to the brass joints. The latter is completed by a black aluminium slatted wall, which provides a certain privacy for visitors wishing to sit on the edge of the Abbey of La Cambre. Above the desk, Selene suspensions give an airy and light aspect, while providing soft light in a punctual way. These elements occupy the space without altering its perception.

The suspended ceiling is entirely painted black, giving a visual sense of intimacy and warmth. The existing led remains, in order to guide the visitor.

Le hall ascenseur, de marbre rose revêtu, a laissé place à des murs de granito identique au sol pour donner un sentiment d’unité et de douceur. Sur ces murs, un jeu de calepinage de joints laiton est également mis en scène. Il est complété par des portes ascenseurs, ébrasements et linteaux jusqu’au plafond recouverts d’un film laiton, qui apporte une touche d’élégance à ce hall prestigieux. L’intérieur des cabines, autrefois relativement froid, a été transformé également. L’entièreté de la cabine, y compris le plafond, se compose de panneaux noir mat et la paroi du fond est habillée d’un miroir toute hauteur donnant un sentiment de grandeur à l’espace.

Les paliers d’étage étaient peu accueillants et disparates, chacun présentant des matériaux différents, murs, sols et plafonds. Il a été décidé de recouvrir les murs de stratifié blanc afin d’apporter un maximum de clarté. Les plafonds, comme pour rappel au hall d’entrée, ont été peints en noir et sont traversés par des led lumineux représentant le logo bien connu de la tour. Le sol est, lui, recouvert d’un micro-ciment clair et les portes ascenseurs recouvertes également d’un film laiton.

Pour terminer, les sanitaires des étages concernés par la rénovation, à savoir le rez-de-chaussée, le 21e, le 22e et le 23e étages, ont été entièrement revus. Le sol en marbre rose a laissé place au même revêtement de sol que l’étage concerné. Au rez-de-chaussée, le sol a été réalisé en granito. Aux étages, il a été réalisé en micro-ciment. Sur le principe, le revêtement de sol remonte sur les parois verticales jusqu’à 120cm de hauteur qui sont finies par un joint en laiton avant de laisser le mur peint d’un blanc mat, donnant à l’espace beaucoup de luminosité. Les meubles sanitaires, auparavant réalisés en marbre vert, ont été entièrement remplacés par des meubles en MDF recouverts de micro-ciment, donnant à l’espace une note de pureté et de calme. Deux petites suspensions et la robinetterie en laiton viennent finir le meuble.

Dans l’ensemble, l’intervention vient moderniser, illuminer et dynamiser un hall d’entrée qui en avait grand besoin, à la grande satisfaction des pensionnaires de la Tour et visiteurs d’un jour.

De lifthal, met zijn roze marmeren bekleding, is vervangen door wanden van granito, identiek aan de vloer, om een gevoel van eenheid en zachtheid te geven. Op deze muren wordt ook een spel van messing verbindingen gebruikt. Dit wordt gecompleteerd door liftdeuren, dorpels en lateien tot aan het plafond bekleed met messingfolie, wat een vleugje elegantie toevoegt aan deze prestigieuze hal. Het interieur van de hutten, dat vroeger vrij koud was, heeft ook een metamorfose ondergaan. De hele cabine, inclusief het plafond, bestaat uit mat zwarte panelen en de achterwand is bekleed met een spiegel over de hele lengte, waardoor de ruimte een gevoel van grandeur krijgt.

De etages waren onwelkom en ongelijksoortig, elk met verschillende materialen, muren, vloeren en plafonds. Er werd besloten de muren te bekleden met wit laminaat om een maximale lichtinval te garanderen. De plafonds zijn, als herinnering aan de inganghal, zwart geschilderd en worden doorkruist door lichtgevende LED's die het bekende logo van de toren voorstellen. De vloer is bedekt met een doorzichtige micro-cement en de liftdeuren zijn ook bedekt met een messing film.

Tenslotte werden de sanitaire voorzieningen op de door de renovatie getroffen verdiepingen, d.w.z. de begane grond, de 21e, de 22e en de 23e verdiepingen, volledig vernieuwd. De roze marmeren vloer werd vervangen door dezelfde vloerbedekking als de vloer in kwestie. Op de begane grond was de vloer gemaakt van granito. Op de bovenste verdiepingen was de vloer gemaakt van micro-cement. In principe loopt de vloerbedekking tot een hoogte van 120 cm door de verticale wanden, die met een messing voeg zijn afgewerkt, waarna de muur in een mat wit is geschilderd, waardoor de ruimte veel licht krijgt. De sanitaire units, voorheen gemaakt van groen marmer, zijn volledig vervangen door MDF units bedekt met microcement, waardoor de ruimte een toon van zuiverheid en rust uitstraalt. Twee kleine hanglampen en koperenkranen maken het meubilair af.

Al met al heeft de ingreep een inganghal die dat hard nodig had, gemoderniseerd, verlicht en nieuw leven ingeblazen, tot grote tevredenheid van de bewoners en bezoekers van de toren.

The lift hall, with its pink marble cladding, has been replaced by granito walls identical to the floor to give a feeling of unity and softness. On these walls, a play of brass joints is also set in scene. It is completed by lift doors, sills and lintels up to the ceiling covered with a brass film, which brings a touch of elegance to this prestigious hall. The interior of the cabins, which used to be relatively cold, has also been transformed. The entire cabin, including the ceiling, consists of matt black panels and the back wall is clad with a full-length mirror, giving the space a sense of grandeur.

The floor levels were unwelcoming and disparate, each with different materials, walls, floors and ceilings. It was decided to cover the walls with white laminate in order to provide maximum light. The ceilings, as a reminder of the entrance hall, have been painted black and are crossed by luminous LEDs representing the well-known logo of the tower. The floor is covered with a clear micro-cement and the lift doors are also covered with a brass film.

Finally, the sanitary facilities on the floors affected by the renovation, i.e. the ground, 21st, 22nd and 23rd floors, were completely overhauled. The pink marble floor was replaced by the same floorcovering as the floor in question. On the ground floor, the floor was made of granito. On the upper floors, the floor was made of micro-cement. On the principle, the floor covering goes up on the vertical walls to a height of 120 cm, which are finished with a brass joint before leaving the wall painted in a matt white, giving the space a lot of luminosity. The bathroom furniture, previously made of green marble, has been completely replaced by MDF furniture covered with micro-cement, giving the space a note of purity and calm. Two small suspensions and the brass tapware finish the furniture.

Overall, the intervention modernizes, illuminates and revitalizes an entrance hall that was in great need of it, to the great satisfaction of the Tower's residents and day visitors.