Colonies

Rénovation de l’ancien siège de la Paribas, cédé par la Communauté Flamande pour une période de 69 ans à la société Koloniën Invest. Le complexe néo-classique de quatre étages a été dessiné en plusieurs phases, de 1872 à 1923, en perpétuant l’application d’un enduit cimenté ainsi que l’utilisation de la pierre bleue pour le socle du bâtiment et les encadrements de fenêtres. L’ensemble a été rehaussé de deux étages par les frères Polak en 1959.

Renovatie van de voormalige zetel van Paribas, thans door de Vlaamse Gemeenschap voor een periode van 69 jaar overgedragen aan de vennootschap Koloniën Invest. Het neoklassieke complex met vier verdiepingen werd in meerdere fasen getekend van 1872 tot 1923, telkens met toepassing van een cementbepleistering en het gebruik van blauwe hardsteen voor de sokkel van het gebouw en de vensteromlijstingen. De gebroeders Polak verhoogden het gebouw in 1959 twee bijkomende verdiepingen.

Renovation of the former offices of Paribas, leased by the Flemish Community to the firm Koloniën Invest for a period of 69 years. The four-storeys neo-classical complex, was designed in several phases from 1872 to1923, perpetuating the application of cement and the use of blue stone for the base of the building and the window frames. The complex was raised by two storeys by the Polak brothers, in 1959.

L’aménagement interne n’est que très partiellement d’époque. L’ensemble des bâtiments a été rénové en conservant le principe des deux cours en place ainsi que les éléments d’origine ayant survécu aux nombreuses transformations(hall d’entrée et escaliers). Les façades ont été rafraîchies, les châssis adaptés pour recevoir du double vitrage ou remplacés par des menuiseries neuves reproduisant l’aspect existant. Les planchers, de constitution hétérogène, ont été remplacés par des dalles en béton, les “étages Polak”, de faible qualité structurelle, furent reconstruits avec ajout d’un étage. Une grande verrière transforme la cour centrale en un atrium sobre et dynamique.

De interieurinrichting dateert slechts zeer gedeeltelijk uit de beginperiode. Het volledige complex werd gerenoveerd met behoud van de twee binnenplaatsen en van de oorspronkelijke elementen die de talloze verbouwingen hebben overleefd (inkom met portaal en trapzalen). De gevels werden opgefrist, de ramen aangepast voor dubbele beglazing of vervangen door nieuw schrijnwerk naar model van de oude ramen. De vloeren met heterogene samenstelling werden vervangen door betonplaten, de “Polak-verdiepingen” die structureel gezien zwak waren, werden herbouwd met toevoeging van een bijkomende verdieping. Een grote lichtkoepel veranderde de centrale koer tot een sober en dynamisch atrium. De werf was moeilijk, zoals de foto van het totaal ontmantelde gebouw afbeeldt. Maar het werk werd vergemakkelijkt door een zeer mooie samenwerking met onze Antwerpse collega’s van Polo Architecten. Wat ons inzake van architecturale interventie  interessant leek in het project was het contrast tussen de behandeling van de buitenzijde – een ophoging  met drie verdiepingen, doelbewust bescheiden, discreet – en de binnenzijde. We hebben de confrontatie vermeden met de bestaande noeklassieke architectuur zonder in het louter nabootsen te vervallen. Het ritme van de raamopeningen volgt de binnenmodulatie, die veel flexibiliteit biedt voor de inrichting. Aan de binnenzijde bevestigt de moderniteit zich spectaculair kantje maar ze respecteert ook de oorspronkelijke vorm van de patio’s en de gebruikersvriendelijke en met natuurlijk licht overspoelde werkruimtes.

Very little of the interior spaces come from the original construction. All the buildings have been renovated by keeping the principle of two courtyards, as well as the original elements that had survived the various interventions (entrance hall and stairways). The facades have been restored and the window frames adapted to the double glazing or replaced by new timber works, reproducing the existing appearance. The heterogeneous floors have been substituted by concrete slabs, the “Polak floors,” of low structural quality, have been reconstructed with the addition of a storey. A large glass roof transforms the central courtyard into a sober and dynamic atrium. The construction works were difficult, as it is testified by the picture of the building that shows it almost entirely boned. However, the process has been facilitated by an excellent cooperation with our Antwerp colleagues from Polo Architecten. In terms of architectural intervention, the interesting aspect of the project was the contrast between the treatment of the outside – a superelevation of three storeys purposely modest, discreet – and the inside. We avoided the conformation with the neo-classical architecture without falling into the pastiche. The rhythm of the windows is the result of the interior modulation, which enables a very flexible development. On the inside, the modernity asserts itself with a spectacular side, while respecting the initial form of the patio’s and of the user-friendly areas and it is flooded with natural light workspaces.

Le chantier fut difficile, comme en témoigne la photo du bâtiment entièrement désossé. Mais le travail fut facilité par une très belle collaboration avec nos confrères anversois de Polo Architecten. En termes d’intervention architecturale, ce qui nous a semblé intéressant dans le projet fut le contraste entre le traitement de l’extérieur – une surélévation de trois niveaux volontairement modeste, discrète – et de l’intérieur. Nous avons évité la confrontation avec l’architecture néo-classique existante sans tomber dans le pastiche. Le rythme des baies est la résultante de la modulation intérieure qui permet une grande souplesse d’aménagement. À l’intérieur, la modernité s'affirme avec un côté spectaculaire tout en respectant la forme initiale des patios et des espaces de travail conviviaux et inondés de lumière naturelle.